In mijn onderzoeksplan word ik geacht te verklaren waarom ik een bepaald type onderzoek wil doen, gebaseerd op de onderzoeksvraag en -doelstelling. Dat klinkt op zich uitermate logisch en plausibel: je wilt iets te weten komen en gaat bedenken hoe je dat gaat doen en waarom je denkt dat dat de beste manier is.
Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met verschillende opvattingen over wat werkelijkheid is en hoe we die waarnemen en wat kennis eigenlijk is en hoe het tot stand komt.
Hele interessante en diep filosofische thema's die in de wetenschap gevolgen hebben voor de verschillende benaderingen van onderzoek, onderzoeksparadigma's genoemd.
Ik heb geprobeerd dat, met de nodige boekensteun, mee te nemen in mijn onderzoeksplan. Dat is stevige kost!
Ik dacht dat ik dat redelijk omschreven had, maar toen ik het na enige tijd herlas voelde het een beetje als het verhaal van de klok horen luiden waarbij ik niet kon aanwijzen waar de klepel hangt. Aangezien ik het me aan mezelf (en niet te vergeten aan Don, mijn opdrachtgever) verplicht ben om de onderzoeksbenadering goed te verwoorden, ben ik begonnen aan het herschrijven, ook omdat Don me nog een privé college over het onderwerp gaf de laatste keer dat we elkaar spraken.
Don heeft de gave om iets ingewikkelds op een simpele manier uit te leggen. Maar sommige zaken zijn in mijn ogen zo complex dat het versimpelen ervan niet helpt, of eigenlijk juist niet helpt. Wetenschapsfilosofie is niet verkrijgbaar in hapklare brokken, althans, niet voor mij.
Ik ben, zeker vanuit mijn docentschap, altijd een voorstander van KISS (Keep It Simple and Short, Stupid!) en hoewel ik tijdens Dons 'college' aantekeningen maakte en probeerde de zaken in mijn hoofd aan elkaar te knopen, voelde ik mij vooral Stupid.
Ik ben in mijn denken een holist, ik neem grotere gehelen en verbanden waar en ervaar intuitief dat eigenlijk alles met alles te maken heeft. Echter in de wetenschap kan je dat pas doen als je alles op detailniveau en vanuit verschillende perspectieven afzonderlijk hebt bekeken.
Daarna kan je pas iets zeggen over de Grotere Gehelen en het hoe en waarom van de Samenhang Der Dingen.
Uiteindelijk ben ik wederom in de literatuur gedoken en heb ik vier boeken geraadpleegd op onderzoeksparadigma's. Ik heb erg stevig moeten kauwen om door deze taaie kost heen te komen maar nu heb ik het kunnen doorslikken. Daarna moet ik het nog goed verteren, om maar even in die metafoor te blijven hangen.
Al met al ben ik weer een stuk wijzer geworden in de zin dat ik de verschillende onderzoeksparadigma's nu op een oppervlakkig niveau begrijp: ik zie de klepel nu ín de klok hangen, maar het is nog maar een ielig klepeltje.
Mijn begrip van deze materie is vooralsnog oppervlakkig omdat ik weinig of geen voorkennis heb van het onderwerp en de gebruikte terminologie voor mij vooral nieuw en daardoor abstract is: alsof ik een nieuwe taal aan het leren ben!
Het proces van verteren zal mijn begrip voeden, het begin is er in ieder geval. Een kwestie van deze taaie kost actief herkauwen.
LEERBLOG (zonder kinky bijbedoelingen)
dat ik bijhoud op verzoek van Donald Ropes en waarin ik aangeef hoe ik zelf non formeel leer. Non formeel leren is het onderwerp van mijn masterthese en Don is mijn opdrachtgever vanuit het lectoraat Intellectual Capital van de Hogeschool Inholland.
dinsdag 13 januari 2015
zondag 28 december 2014
Arbeidsmarktgedrag aanleren: een leertheoretische verkenning
Als je mijn
leeftijd hebt, wordt het lastiger om gehoor te geven aan hoe anderen vinden dat
je je moet gedragen. Ik gedraag me op veel manieren als een volwassene in
verschillende rollen: als
verantwoordelijke ouder, de kritische consument, de betrouwbare vriendin, en
niet onbelangrijk: de bewuste professional.
Begin december
kreeg ik een brief van de heer Nollen, die mij erop wees dat men (dat zijn mijn
voormalige werkgever en het UWV) nu verwacht dat ik arbeidsmarktgedrag ga
vertonen. Let wel, dat is anders dan arbeidsgedrag, want dat is in mijn boekje
gelijk aan professioneel gedrag. Arbeidsmarktgedrag is iets dat ik moet leren.
Aangezien dit
blog gaat over leren, leek het me aardig om het aanleren van arbeidsmarktgedrag
eens vanuit communicatie- en leertheorie te bekijken.
Ander gedrag
aanleren is mogelijk, maar gaat meestal niet vanzelf. Soms zit dat gedrag in
nieuw professioneel handelen: een bepaalde procedure aanleren, zodat het
uiteindelijk 'vanzelf' gaat als de situatie dat verlangt. Door eindeloos
oefenen wordt het nieuwe gedrag tot in de perfectie ingeslepen. Denk
bijvoorbeeld aan een medische procedure of autorijden. In het eerste geval is
het gedrag een gevolg van een bewuste professionele attitude. Leren autorijden
gebeurt door veel oefenen en door de motivatie om het rijvaardigheidsbewijs te
behalen.
Gedrag aanleren
kan ook anders; fout gedrag dat ook ingeslepen is, zoals het fietsen zonder
licht, het nonchalant omgaan met vuurwerk of een ongezonde leefstijl. Door
middel van PR en Reclame campagnes wordt gepoogd dat gedrag te beïnvloeden en
een attitudeverandering teweeg te brengen.
Hieraan ligt
de trits kennis, houding en gedrag
ten grondslag, bekend vanuit de communicatietheorie. Door toename van kennis
kan een attitude veranderen wat leidt tot ander gedrag.
Arbeidsmarktgedrag
is in die zin dus een gevolg van toegenomen kennis, en een veranderde attitude.
Interessante invalshoek, al zeg ik het zelf. Nu even doorpakken naar het leren.
Gedragsverandering
impliceert een leerproces, net zoals elke verandering in je sociale omgeving
die je noopt tot aanpassing een leerproces is. In de holistische leertheorie
van Knud Illeris is het leren opgebouwd uit drie dimensies in onderlinge samenhang.
Het leerproces an sich, dat hij
cognitie noemt, de persoonlijke factor, emotie, en de omgeving, ofwel de
sociale dimensie. Deze drie dimensies werken op elkaar in.
Als je het
leren van arbeidsmarktgedrag vanuit de cognitieve dimensie bekijkt, dan hebben
we het over een tamelijk eenvoudig cognitief proces: het gaat over de
leerinhoud en hoe ik die moet verwerven. Ik moet weten hoe ik een goed CV
opstel, en op welke sites ik die het beste kan uploaden, en hoe ik slim gebruik
kan maken van sociale media. Vervolgens moet ik weten hoe ik een
sollicitatiebrief schrijf en hoe ik me, in geval van een sollicitatiegesprek,
moet gedragen, wat de sociale normen zijn. Dat is allemaal instrumenteel leren:
een kunstje onder de knie krijgen en dit reproduceren of toepassen. Knud noemt
dat cumulatief en assimiliatief leren.
Ik kan
stellen dat ik een groot deel van die leerinhoud reeds heb verworven, ook al is
het vele jaren geleden dat ik dat actief gebruikte.
Als we het
leren van arbeidmarktgedrag vanuit de emotionele dimensie bekijken, stelt Knud
dat psychodynamische processen daar de drijvende kracht voor het leren zijn.
Denk daarbij aan motivatie, gevoel, mentale energie, verlangen en noodzaak. Die
drijvende krachten hebben ook hun keerzijde, die het leren juist belemmeren en
die de vorm aanneemt van blokkades en weerstand. Vanuit Knuds leertheorie
bezien, zal ik arbeidsmarktgedrag niet
kunnen leren, omdat de emotionele leerdimensie zorgt voor psychodynamische
blokkades. Kort gezegd: ik kán het wel, maar ik wíl het niet!
De
intrinsieke motivatie is dus nul. Gelukkig heeft het UWV daar wat op gevonden:
de externe prikkel die ervoor zorgt dat ik toch arbeidsmarktgedrag ga vertonen,
op straffe van het inhouden van de uitkering. Die vorm van leren is dan
gebaseerd op het behaviorisme en de geconditioneerde reflex.
Kort gezegd: ik
wil het niet, maar ik moet, anders krijg ik straf.
dinsdag 2 december 2014
In het wild
Het
Eapril onderwijscongres in Cyprus, waarin twee medestudenten en ik werden
ondergedompeld, heeft mij weer veel leerervaringen gegeven. Allereerst leerde
ik dat één voetballer (Messi) een enorme schare fans (en groupies) op de been
kan brengen, en het hele Hilton hotel kon doen zinderen van zenuwachtige en verwachtingsvolle
energie. Ik nam deze Messi-mess vol verwondering in me op en wandelde er
tussendoor met mijn groene congres keycord-met-naambordje.
Verder
was het een aangename kennismaking met de academische wereld, met de meerdere en mindere
coryfeeën, die allemaal een interessant verhaal te vertellen hadden. Ik was natuurlijk wel vaker naar
congressen geweest, maar nooit een waar onderzoekers vanuit vele Europese windstreken hun onderzoek of paper
presenteren en dan aan de toehoorders vragen stellen om feedback te krijgen op
hun werk. Het was één en al eensgezinde bereidwilligheid om opbouwend mee te
denken, en dat was erg mooi.
Het
congres gaf me ook de mogelijkheid een beetje te benchmarken; onderzoeken en
presentaties vergelijken met wat ik zelf nu aan het doen ben in het kader van
de masterthese. Mwah, het viel me niet tegen hoe ik daar bij afstak, dus geeft
me dat weer vertrouwen in mijn eigen kunnen, goed voor de self efficacy, zal ik maar zeggen! Nu kan ik me zelfs voorstellen
dat ik volgend jaar ook op dit congres sta om mijn onderzoek te presenteren.
De
keynote sprekers kwamen soms met
prikkelende uitspraken, zoals Stephen Billet, een soort goeroe op het gebied
van leren op de werkplek, die zonder blikken of blozen zei: ‘E-learning will be
dead in 5 years’. Ha! En over het leren van volwassenen: ‘"it's
the learners job to find out what needs to be learned". Tja, als je dat
meeneemt naar het leren van de HBO en WO studenten, dan gooit hij een aardig
knuppeltje in het hoenderhok.
Het toeval wilde dat ik voor mijn onderzoek een
aantal stukken had gelezen van zijn hand. Die waren ook al prikkelend en
stemden op zijn minst tot nadenken. En om dan zo iemand ‘in het wild’ tegen te
komen, dat is wel een bijzondere ervaring.
woensdag 22 oktober 2014
Pop-up model
Serendipiteit. Wat een prachtig woord! Het betekent toeval in de zin dat in tijd en plaats
dingen op je pad komen die plotseling betekenis krijgen in iets waar je
onbewust al een hele tijd mee bezig was. Hoe dat mij overkwam wil ik hier uit
de doeken doen.
Zo’n beetje in de derde week van dit studiejaar kwam ik bij
toeval het Job
Demand Control model tegen van ene Robert Karasek dat wordt gebruikt in
de hoek van arbeidspsychologie. Het heeft de vorm van een assenstelsel met
waarbinnen vier kwadranten.
Zoals modellen eigen is, geven ze
een zeer vereenvoudigde kijk op de werkelijkheid. Met dit model wordt op een
uitermate simpele wijze aangeduid dat er een verband bestaat tussen de eisen
die je werktaak aan je stelt en de mate waarin je daarover zelf controle hebt.
Als je veeleisend werk hebt dat inspannend maar uitdagend is en waarover je
zelf een behoorlijke mate van controle hebt, dan geeft dat je genoeg energie en
motivatie om te leren. Als je veeleisend werk hebt, maar geen zeggenschap over
hoe je dat mag en kan uitvoeren, dan is de kans op stress groot.
Enfin: in mijn onderzoek naar
informeel leren van docenten dacht ik: WOW! Dat is een handig model om te
gebruiken in mijn theoretische verkenning! Ik meende iets totaal unieks in
handen te hebben in de context van (informeel) leren. De ‘ontdekking’ ervan
voelde een beetje als van iemand die bij het graven van een kuil op een klomp
goud stuit. Ik werd er gewoon verwachtingsvol zenuwachtig van.
Een week later stuitte ik op een artikel
over het bevorderen van leren op de werkplek. Het droeg deze bovenkop: Job Demands Resources model voorspelt
informeel leren door leraren. Nu was er geen houden meer aan: plotseling
popte dat model overal op! In een promotieonderzoek getiteld Werkend leren, lerend
werken en ga zo maar door. Het toeval wilde dat ik over dit model heen
struikelde en het vervolgens overal tegenkwam. Selectieve waarneming helpt een
handje natuurlijk.
Een beetje beteuterd was ik wel,
dat moet ik toegeven. Alsof ik plotseling mijn nieuwe speeltje met iedereen
moest delen. Aan de andere kant; ik zal toch heus niet de enige slimmerik zijn
die de potentie van dit model in een andere context ziet? Bovendien bevestigde
het mij ook in het idee dat mijn intuïtie klopte over het gebruik van het model
door Drs, Dr en Prof. Dr. Dat gaf me weer een fijn gevoel.
Wat leerde mij dit? Wel, dat een
door mij gedane ‘ontdekking’ mij erg blij maakt en energie geeft maar ook dat
ik steeds bewust ben van wat ik allemaal nog niet weet. Dat maakt me nederig
zonder dat mijn ego daar (erg) onder lijdt.
En hoe leerde ik dat? Vooral door
het schrijven van dit stukje. In vaktermen heet dat reflectie.
zondag 19 oktober 2014
Disruptie
Nog steeds zwemmend door de literatuur is mijn brein bezig
alles met alles te verbinden. Zo zit ik in elkaar en zo geef ik betekenis aan
wat ik lees en wordt het van mij, eigen ik het me toe. Meestal is dat een
onbewust proces, maar nu, tijdens de studie en al helemaal met de opdracht om
ook mijn eigen leren te beschouwen, komt dat steeds meer in mijn bewustzijn en
maakt het uiteindelijk deel uit van wie ik ben.
Dat leren op het identiteitsniveau heet transformatief
leren. Hoe leer je dan transformatief? Mijn boerefluitjes theorie (een soort innerlijk weten) is dat disruptie een
van de belangrijkste triggers is. Actie=(re)actie. Er gebeurt iets en je moet
handelend optreden. Daarbij maak je gebruik van stilzwijgende kennis, koppel je
onbewust alles wat je ziet, hoort, voelt en ervaart aan wat je weet en kan en
hop! Actie! Later kijk je erop terug en denkt: dat ging goed, maar hoe deed ik
dat nu?
Een voorbeeld: in mijn voortkabbelend bestaan als docent
visuele communicatie (ik hou het hier even bij mijn professionele leven) had
disruptie de vorm van een zeurend gevoel van ontevredenheid over hoe een
collegereeks verliep.
Ik voerde een collegereeks uit die feitelijk door anderen
ontworpen was en de opzet van de colleges spoorde nauwelijks actief leren aan.
Toen ik aan twee parallel groepen dezelfde collegereeks zou gaan geven vorig
jaar, heb ik het roer omgegooid en de inhoud didaktisch anders benaderd, met
als gevolg dat de studenten wel actief met de lesstof om moesten gaan.
Een verandering in een bestaande routine die energie slurpte,
maar ook energie gaf. In dit geval een door mij zelf veroorzaakte disruptie,
een zachte disruptie eigenlijk, niet
radicaal.
Wat ik daarvan leerde? Een bevestiging eigenlijk van het
idee dat als je verandering uit de weg gaat, je wel een soort schijnveiligheid
hebt, maar dat er nooit iets echt spannends gebeurt. En dat hoeft niet altijd
iets positiefs te zijn. Mislukking kan ook leerzaam zijn, al realiseer je je
dat vaak niet als je middenin het proces zit.
Ik gaf het voorbeeld van een zachte disruptie. Dat is
welbeschouwd een contradictie. Een disruptie is radicaal; iets dat je leven
door elkaar schudt, iets ‘spannends’ waar je doorgaans zelf niet om gevraagd
hebt en morgen schoolbreed wordt ingevoerd. Wat doe je? Hoe reageer je? Hoe pas
je je aan aan de nieuwe situatie? Je moet iets!
Ali Da zei: relax, nothing is under control. Mijn
absolute favoriet.
woensdag 1 oktober 2014
Auw!
Dit leerblog begint onder mijn huid te komen. Dat is enerzijds
mooi, want dat geeft continuïteit, maar anderzijds bestaat de kans dat het mijn
aandacht afleidt van mijn these.
Over aandacht gesproken….tijdens mijn
wekelijkse zwemuurtje, een vrij monotoon baantjes trekken in het De Mirandabad,
mijmerde ik over mijn eigen ‘leeronderzoek’ en dat wil ik hier uit de doeken
doen.
Al zwemmend bedacht ik dat de door mij als
alledaags- of huis-tuin-en
keukenleren genoemde vorm van leren eigenlijk informeel
leren is. Je bent er niet op uit om te leren. Het gebeurt gewoon en het is
ook incidenteel, meestal ben je er helemaal niet van bewust.
De andere vorm is non
formeel leren en dat is leren dat wordt aangewakkerd door een formele
structuur. Daar ben ik door onderzoek (jawel, N=1) achter gekomen.
Want hoe komt het dat ik tijdens mijn vakantie het boek
‘Liefde voor leren’ wel steeds in mijn handen heb gehad maar niet heb gelezen?
Vorig jaar had ik zelfs twee boeken (buiten de vermaakliteratuur) mee die
ongelezen weer op mijn bureau belandden.
Ik verklaar het als volgt: door de afwezigheid van externe druk. Geen prikkel!
Het was vakantie, het studiejaar voorbij, (de studie als formele
structuur) ik had alle punten binnen en het was gewoon even klaar. Stopte ik
dan met leren? Nee hoor, ik leerde onder andere hoe ik in mijn eentje een grote
koepeltent slim kon opzetten.
Gisteren las ik het rapport Het managen van informeel leren; hoe ver kun je gaan? van de Open
Universiteit. Uit onderzoek blijkt dat informeel leren vooral plaatsvindt in
als gevolg van of in combinatie met formele leertrajecten, dus een studie of
een cursus.
De prikkel dus!
Bevindingen uit mijn eigen onderzoek worden dus door ander onderzoek bevestigd. Mooier kan het niet!
Inmiddels had ik er al heel wat baantjes opzitten maar ik
mijmerde in rugslag nog even verder over mijn noodzaak om tot leren te komen.
Dat komt voort uit een aantal behoeften: ik wil weten hoe iets werkt of in
elkaar zit of ik wil iets kunnen. Het mijmeren maakte dat ik geen aandacht had
voor de lengte van het bad en dus knalde ik met mijn hoofd tegen de badrand.
Auw!
Wat heb ik geleerd? Denken over leren in het zwembad: hoe
ver kan je gaan? Nou, 25 meter!
dinsdag 30 september 2014
toetje
De vraag die ik mezelf constant stel in dit blog is, zoals
duidelijk moge zijn: hoe doe ik dat zelf eigenlijk,
non formeel leren? Inmiddels heb ik vele pagina’s wetenschappelijke
literatuur doorgeploegd (en gezwoegd) en vormen zich allerlei noties in mijn
hoofd, en leg ik verbanden tussen wat ik al weet en wat er aan nieuwe
informatie bijkomt. Dat hussel ik door elkaar (nou ja, dat doet mijn brein) en
dan wordt het kennis.
Omdat ik al
een dagje ouder ben, en toch in de loop der jaren veel heb opgepikt over van
alles en nog wat beschik ik over flink wat tacit
knowledge. Dat is alles waarvan ik niet weet dat ik het weet.
Maargoed, even terug naar dit leerblog. Omdat mijn brein
momenteel als een spons werkt (in de zin van flinke absorptie, niet vanwege
sponsstructuur, want dan moet ik me heel erg zorgen gaan maken) en ik vervuld
raak van alles wat ik lees, is het gevaar aanwezig dat ik hier vooral eigen recent
verworven kennis tentoonspreid. Voor mezelf wel leerzaam, want ik moet dan, om
het enigszins leesbaar te houden voor buitenstanders, elaboreren, ofwel
uitleggen wat ik geleerd heb. Ook wellicht boeiend, maar dat is niet het uitgangspunt.
Dus bij de les blijven!
Wat heb ik vandaag bijvoorbeeld geleerd? Een simpele vraag
maar het antwoord is niet zo makkelijk te geven.
Die vraag zou eigenlijk vooraf moeten gaan door deze:
wanneer ben ik mij bewust dat ik iets leer? Hoe komt dat dan
en wat triggert dat? Dat wordt de rode draad de komende tijd. Die rode draad
ziet er nu trouwens nog uit als een chaotische kluwen, waar wel ergens een
eindje uitpiept.
Ik kan een onderscheid maken tussen het leren van alledaagse
dingen, huis-tuin-en-keukendingetjes en het non formeel leren op de werkplek (professionaliseren),
waar het in het onderzoek eigenlijk om draait. Ik sta in dit blog open voor beide.
Laat ik dan maar even met de eerste vorm beginnen: ik heb laatst
geleerd een heerlijk simpel toetje te maken! Als ik citroensorbetijs combineer met verse rode peper,
fijngesneden korianderblad en een scheut Malibu (kokoslikeur), leidt dat tot iets erg lekkers.
Het was een experiment waaraan een proces van visualiseren
vooraf ging. Ik heb heel wat kookervaring (tacit knowledge) en vind het ook
leuk om ‘gewoon maar iets te proberen’ en daarom kon ik me al helemaal olfactorisch
voorstellen hoe deze ingrediënten zouden leiden tot een soort culinair orgasme.
Wat dus ook gebeurde; kreunend van genot werd het glaasje leeggelepeld. Marga,
José, Nadjezda en Lilian kunnen dit beamen!
Abonneren op:
Posts (Atom)