dinsdag 13 januari 2015

Kauwen

In mijn onderzoeksplan word ik geacht te verklaren waarom ik een bepaald type onderzoek wil doen, gebaseerd op de onderzoeksvraag en -doelstelling. Dat klinkt op zich uitermate logisch en plausibel: je wilt iets te weten komen en gaat bedenken hoe je dat gaat doen en waarom je denkt dat dat de beste manier is.
Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met verschillende opvattingen over wat werkelijkheid is en hoe we die waarnemen en wat kennis eigenlijk is en hoe het tot stand komt. 

Hele interessante en diep filosofische thema's die in de wetenschap gevolgen hebben voor de verschillende benaderingen van onderzoek, onderzoeksparadigma's genoemd.
Ik heb geprobeerd dat, met de nodige boekensteun, mee te nemen in mijn onderzoeksplan. Dat is stevige kost!

Ik dacht dat ik dat redelijk omschreven had, maar toen ik het na enige tijd herlas voelde het een beetje als het verhaal van de klok horen luiden waarbij ik niet kon aanwijzen waar de klepel hangt. Aangezien ik het me aan mezelf (en niet te vergeten aan Don, mijn opdrachtgever) verplicht ben om de onderzoeksbenadering goed te verwoorden, ben ik begonnen aan het herschrijven, ook omdat Don me nog een privé college over het onderwerp gaf de laatste keer dat we elkaar spraken.
Don heeft de gave om iets ingewikkelds op een simpele manier uit te leggen. Maar sommige zaken zijn in mijn ogen zo complex dat het versimpelen ervan niet helpt, of eigenlijk juist niet helpt. Wetenschapsfilosofie is niet verkrijgbaar in hapklare brokken, althans, niet voor mij.
Ik ben, zeker vanuit mijn docentschap, altijd een voorstander van KISS (Keep It Simple and Short, Stupid!) en hoewel ik tijdens Dons 'college' aantekeningen maakte en probeerde de zaken in mijn hoofd aan elkaar te knopen, voelde ik mij vooral Stupid.
Ik ben in mijn denken een holist, ik neem grotere gehelen en verbanden waar en ervaar intuitief dat eigenlijk alles met alles te maken heeft. Echter in de wetenschap kan je dat pas doen als je alles op detailniveau en vanuit verschillende perspectieven afzonderlijk hebt bekeken. 
Daarna kan je pas iets zeggen over de Grotere Gehelen en het hoe en waarom van de Samenhang Der Dingen.
Uiteindelijk ben ik wederom in de literatuur gedoken en heb ik vier boeken geraadpleegd op onderzoeksparadigma's. Ik heb erg stevig moeten kauwen om door deze taaie kost heen te komen maar nu heb ik het kunnen doorslikken. Daarna moet ik het nog goed verteren, om maar even in die metafoor te blijven hangen.
Al met al ben ik weer een stuk wijzer geworden in de zin dat ik de verschillende onderzoeksparadigma's nu op een oppervlakkig niveau begrijp: ik zie de klepel nu ín de klok hangen, maar het is nog maar een ielig klepeltje. 

Mijn begrip van deze materie is vooralsnog oppervlakkig omdat ik weinig of geen voorkennis heb van het onderwerp en de gebruikte terminologie voor mij vooral nieuw en daardoor abstract is: alsof ik een nieuwe taal aan het leren ben! 
Het proces van verteren zal mijn begrip voeden, het begin is er in ieder geval. Een kwestie van deze taaie kost actief herkauwen.

zondag 28 december 2014

Arbeidsmarktgedrag aanleren: een leertheoretische verkenning



Als je mijn leeftijd hebt, wordt het lastiger om gehoor te geven aan hoe anderen vinden dat je je moet gedragen. Ik gedraag me op veel manieren als een volwassene in verschillende rollen:  als verantwoordelijke ouder, de kritische consument, de betrouwbare vriendin, en niet onbelangrijk: de bewuste professional.
Begin december kreeg ik een brief van de heer Nollen, die mij erop wees dat men (dat zijn mijn voormalige werkgever en het UWV) nu verwacht dat ik arbeidsmarktgedrag ga vertonen. Let wel, dat is anders dan arbeidsgedrag, want dat is in mijn boekje gelijk aan professioneel gedrag. Arbeidsmarktgedrag is iets dat ik moet leren.
Aangezien dit blog gaat over leren, leek het me aardig om het aanleren van arbeidsmarktgedrag eens vanuit communicatie- en leertheorie te bekijken.

Ander gedrag aanleren is mogelijk, maar gaat meestal niet vanzelf. Soms zit dat gedrag in nieuw professioneel handelen: een bepaalde procedure aanleren, zodat het uiteindelijk 'vanzelf' gaat als de situatie dat verlangt. Door eindeloos oefenen wordt het nieuwe gedrag tot in de perfectie ingeslepen. Denk bijvoorbeeld aan een medische procedure of autorijden. In het eerste geval is het gedrag een gevolg van een bewuste professionele attitude. Leren autorijden gebeurt door veel oefenen en door de motivatie om het rijvaardigheidsbewijs te behalen.
Gedrag aanleren kan ook anders; fout gedrag dat ook ingeslepen is, zoals het fietsen zonder licht, het nonchalant omgaan met vuurwerk of een ongezonde leefstijl. Door middel van PR en Reclame campagnes wordt gepoogd dat gedrag te beïnvloeden en een attitudeverandering teweeg te brengen.
Hieraan ligt de trits kennis, houding en gedrag ten grondslag, bekend vanuit de communicatietheorie. Door toename van kennis kan een attitude veranderen wat leidt tot ander gedrag.

Arbeidsmarktgedrag is in die zin dus een gevolg van toegenomen kennis, en een veranderde attitude. Interessante invalshoek, al zeg ik het zelf. Nu even doorpakken naar het leren.

Gedragsverandering impliceert een leerproces, net zoals elke verandering in je sociale omgeving die je noopt tot aanpassing een leerproces is. In de holistische leertheorie van Knud Illeris is het leren opgebouwd uit drie dimensies in onderlinge samenhang. Het leerproces an sich, dat hij cognitie noemt, de persoonlijke factor, emotie, en de omgeving, ofwel de sociale dimensie. Deze drie dimensies werken op elkaar in.
Als je het leren van arbeidsmarktgedrag vanuit de cognitieve dimensie bekijkt, dan hebben we het over een tamelijk eenvoudig cognitief proces: het gaat over de leerinhoud en hoe ik die moet verwerven. Ik moet weten hoe ik een goed CV opstel, en op welke sites ik die het beste kan uploaden, en hoe ik slim gebruik kan maken van sociale media. Vervolgens moet ik weten hoe ik een sollicitatiebrief schrijf en hoe ik me, in geval van een sollicitatiegesprek, moet gedragen, wat de sociale normen zijn. Dat is allemaal instrumenteel leren: een kunstje onder de knie krijgen en dit reproduceren of toepassen. Knud noemt dat cumulatief en assimiliatief leren.

Ik kan stellen dat ik een groot deel van die leerinhoud reeds heb verworven, ook al is het vele jaren geleden dat ik dat actief gebruikte.
Als we het leren van arbeidmarktgedrag vanuit de emotionele dimensie bekijken, stelt Knud dat psychodynamische processen daar de drijvende kracht voor het leren zijn. Denk daarbij aan motivatie, gevoel, mentale energie, verlangen en noodzaak. Die drijvende krachten hebben ook hun keerzijde, die het leren juist belemmeren en die de vorm aanneemt van blokkades en weerstand. Vanuit Knuds leertheorie bezien, zal ik arbeidsmarktgedrag niet kunnen leren, omdat de emotionele leerdimensie zorgt voor psychodynamische blokkades. Kort gezegd: ik kán het wel, maar ik wíl het niet!

De intrinsieke motivatie is dus nul. Gelukkig heeft het UWV daar wat op gevonden: de externe prikkel die ervoor zorgt dat ik toch arbeidsmarktgedrag ga vertonen, op straffe van het inhouden van de uitkering. Die vorm van leren is dan gebaseerd op het behaviorisme en de geconditioneerde reflex. 
Kort gezegd: ik wil het niet, maar ik moet, anders krijg ik straf.

dinsdag 2 december 2014

In het wild


Het Eapril onderwijscongres in Cyprus, waarin twee medestudenten en ik werden ondergedompeld, heeft mij weer veel leerervaringen gegeven. Allereerst leerde ik dat één voetballer (Messi) een enorme schare fans (en groupies) op de been kan brengen, en het hele Hilton hotel kon doen zinderen van zenuwachtige en verwachtingsvolle energie. Ik nam deze Messi-mess vol verwondering in me op en wandelde er tussendoor met mijn groene congres keycord-met-naambordje.
Verder was het een aangename kennismaking met de academische wereld, met de meerdere en mindere coryfeeën, die allemaal een interessant verhaal te vertellen hadden.  Ik was natuurlijk wel vaker naar congressen geweest, maar nooit een waar onderzoekers vanuit vele Europese windstreken hun onderzoek of paper presenteren en dan aan de toehoorders vragen stellen om feedback te krijgen op hun werk. Het was één en al eensgezinde bereidwilligheid om opbouwend mee te denken, en dat was erg mooi.
Het congres gaf me ook de mogelijkheid een beetje te benchmarken; onderzoeken en presentaties vergelijken met wat ik zelf nu aan het doen ben in het kader van de masterthese. Mwah, het viel me niet tegen hoe ik daar bij afstak, dus geeft me dat weer vertrouwen in mijn eigen kunnen, goed voor de self efficacy, zal ik maar zeggen! Nu kan ik me zelfs voorstellen dat ik volgend jaar ook op dit congres sta om mijn onderzoek te presenteren.
De keynote sprekers kwamen soms met prikkelende uitspraken, zoals Stephen Billet, een soort goeroe op het gebied van leren op de werkplek, die zonder blikken of blozen zei: ‘E-learning will be dead in 5 years’. Ha! En over het leren van volwassenen: ‘"it's the learners job to find out what needs to be learned". Tja, als je dat meeneemt naar het leren van de HBO en WO studenten, dan gooit hij een aardig knuppeltje in het hoenderhok.
Het toeval wilde dat ik voor mijn onderzoek een aantal stukken had gelezen van zijn hand. Die waren ook al prikkelend en stemden op zijn minst tot nadenken. En om dan zo iemand ‘in het wild’ tegen te komen, dat is wel een bijzondere ervaring. 

woensdag 22 oktober 2014

Pop-up model


Serendipiteit. Wat een prachtig woord! Het betekent toeval in de zin dat in tijd en plaats dingen op je pad komen die plotseling betekenis krijgen in iets waar je onbewust al een hele tijd mee bezig was. Hoe dat mij overkwam wil ik hier uit de doeken doen.
Zo’n beetje in de derde week van dit studiejaar kwam ik bij toeval het Job Demand Control model tegen van ene Robert Karasek dat wordt gebruikt in de hoek van arbeidspsychologie. Het heeft de vorm van een assenstelsel met waarbinnen vier kwadranten.
Zoals modellen eigen is, geven ze een zeer vereenvoudigde kijk op de werkelijkheid. Met dit model wordt op een uitermate simpele wijze aangeduid dat er een verband bestaat tussen de eisen die je werktaak aan je stelt en de mate waarin je daarover zelf controle hebt. Als je veeleisend werk hebt dat inspannend maar uitdagend is en waarover je zelf een behoorlijke mate van controle hebt, dan geeft dat je genoeg energie en motivatie om te leren. Als je veeleisend werk hebt, maar geen zeggenschap over hoe je dat mag en kan uitvoeren, dan is de kans op stress groot.
Enfin: in mijn onderzoek naar informeel leren van docenten dacht ik: WOW! Dat is een handig model om te gebruiken in mijn theoretische verkenning! Ik meende iets totaal unieks in handen te hebben in de context van (informeel) leren. De ‘ontdekking’ ervan voelde een beetje als van iemand die bij het graven van een kuil op een klomp goud stuit. Ik werd er gewoon verwachtingsvol zenuwachtig van.
Een week later stuitte ik op een artikel over het bevorderen van leren op de werkplek. Het droeg deze bovenkop: Job Demands Resources model voorspelt informeel leren door leraren. Nu was er geen houden meer aan: plotseling popte dat model overal op! In een promotieonderzoek getiteld Werkend leren, lerend werken en ga zo maar door. Het toeval wilde dat ik over dit model heen struikelde en het vervolgens overal tegenkwam. Selectieve waarneming helpt een handje natuurlijk.
Een beetje beteuterd was ik wel, dat moet ik toegeven. Alsof ik plotseling mijn nieuwe speeltje met iedereen moest delen. Aan de andere kant; ik zal toch heus niet de enige slimmerik zijn die de potentie van dit model in een andere context ziet? Bovendien bevestigde het mij ook in het idee dat mijn intuïtie klopte over het gebruik van het model door Drs, Dr en Prof. Dr. Dat gaf me weer een fijn gevoel.
Wat leerde mij dit? Wel, dat een door mij gedane ‘ontdekking’ mij erg blij maakt en energie geeft maar ook dat ik steeds bewust ben van wat ik allemaal nog niet weet. Dat maakt me nederig zonder dat mijn ego daar (erg) onder lijdt.
En hoe leerde ik dat? Vooral door het schrijven van dit stukje. In vaktermen heet dat reflectie.  


zondag 19 oktober 2014

Disruptie


Nog steeds zwemmend door de literatuur is mijn brein bezig alles met alles te verbinden. Zo zit ik in elkaar en zo geef ik betekenis aan wat ik lees en wordt het van mij, eigen ik het me toe. Meestal is dat een onbewust proces, maar nu, tijdens de studie en al helemaal met de opdracht om ook mijn eigen leren te beschouwen, komt dat steeds meer in mijn bewustzijn en maakt het uiteindelijk deel uit van wie ik ben.
Dat leren op het identiteitsniveau heet transformatief leren. Hoe leer je dan transformatief? Mijn boerefluitjes theorie (een soort innerlijk weten) is dat disruptie een van de belangrijkste triggers is. Actie=(re)actie. Er gebeurt iets en je moet handelend optreden. Daarbij maak je gebruik van stilzwijgende kennis, koppel je onbewust alles wat je ziet, hoort, voelt en ervaart aan wat je weet en kan en hop! Actie! Later kijk je erop terug en denkt: dat ging goed, maar hoe deed ik dat nu?
Een voorbeeld: in mijn voortkabbelend bestaan als docent visuele communicatie (ik hou het hier even bij mijn professionele leven) had disruptie de vorm van een zeurend gevoel van ontevredenheid over hoe een collegereeks verliep. 
Ik voerde een collegereeks uit die feitelijk door anderen ontworpen was en de opzet van de colleges spoorde nauwelijks actief leren aan. Toen ik aan twee parallel groepen dezelfde collegereeks zou gaan geven vorig jaar, heb ik het roer omgegooid en de inhoud didaktisch anders benaderd, met als gevolg dat de studenten wel actief met de lesstof om moesten gaan.
Een verandering in een bestaande routine die energie slurpte, maar ook energie gaf. In dit geval een door mij zelf veroorzaakte disruptie, een zachte disruptie eigenlijk, niet radicaal.
Wat ik daarvan leerde? Een bevestiging eigenlijk van het idee dat als je verandering uit de weg gaat, je wel een soort schijnveiligheid hebt, maar dat er nooit iets echt spannends gebeurt. En dat hoeft niet altijd iets positiefs te zijn. Mislukking kan ook leerzaam zijn, al realiseer je je dat vaak niet als je middenin het proces zit.
Ik gaf het voorbeeld van een zachte disruptie. Dat is welbeschouwd een contradictie. Een disruptie is radicaal; iets dat je leven door elkaar schudt, iets ‘spannends’ waar je doorgaans zelf niet om gevraagd hebt en morgen schoolbreed wordt ingevoerd. Wat doe je? Hoe reageer je? Hoe pas je je aan aan de nieuwe situatie? Je moet iets!
Ali Da zei: relax, nothing is under control. Mijn absolute favoriet. 

woensdag 1 oktober 2014

Auw!


Dit leerblog begint onder mijn huid te komen. Dat is enerzijds mooi, want dat geeft continuïteit, maar anderzijds bestaat de kans dat het mijn aandacht afleidt van mijn these. 
Over aandacht gesproken….tijdens mijn wekelijkse zwemuurtje, een vrij monotoon baantjes trekken in het De Mirandabad, mijmerde ik over mijn eigen ‘leeronderzoek’ en dat wil ik hier uit de doeken doen.
Al zwemmend bedacht ik dat de door mij als alledaags- of  huis-tuin-en keukenleren genoemde vorm van leren eigenlijk informeel leren is. Je bent er niet op uit om te leren. Het gebeurt gewoon en het is ook incidenteel, meestal ben je er helemaal niet van bewust.
De andere vorm is non formeel leren en dat is leren dat wordt aangewakkerd door een formele structuur. Daar ben ik door onderzoek (jawel, N=1) achter gekomen.
Want hoe komt het dat ik tijdens mijn vakantie het boek ‘Liefde voor leren’ wel steeds in mijn handen heb gehad maar niet heb gelezen? Vorig jaar had ik zelfs twee boeken (buiten de vermaakliteratuur) mee die ongelezen weer op mijn bureau belandden.
Ik verklaar het als volgt: door de afwezigheid van externe druk. Geen prikkel!
Het was vakantie, het studiejaar voorbij, (de studie als formele structuur) ik had alle punten binnen en het was gewoon even klaar. Stopte ik dan met leren? Nee hoor, ik leerde onder andere hoe ik in mijn eentje een grote koepeltent slim kon opzetten.
Gisteren las ik het rapport Het managen van informeel leren; hoe ver kun je gaan? van de Open Universiteit. Uit onderzoek blijkt dat informeel leren vooral plaatsvindt in als gevolg van of in combinatie met formele leertrajecten, dus een studie of een cursus. 
De prikkel dus! 
Bevindingen uit mijn eigen onderzoek worden dus door ander onderzoek bevestigd. Mooier kan het niet!
Inmiddels had ik er al heel wat baantjes opzitten maar ik mijmerde in rugslag nog even verder over mijn noodzaak om tot leren te komen. Dat komt voort uit een aantal behoeften: ik wil weten hoe iets werkt of in elkaar zit of ik wil iets kunnen. Het mijmeren maakte dat ik geen aandacht had voor de lengte van het bad en dus knalde ik met mijn hoofd tegen de badrand. Auw!
Wat heb ik geleerd? Denken over leren in het zwembad: hoe ver kan je gaan? Nou, 25 meter!

dinsdag 30 september 2014

toetje


De vraag die ik mezelf constant stel in dit blog is, zoals duidelijk moge zijn: hoe doe ik dat zelf eigenlijk, non formeel leren? Inmiddels heb ik vele pagina’s wetenschappelijke literatuur doorgeploegd (en gezwoegd) en vormen zich allerlei noties in mijn hoofd, en leg ik verbanden tussen wat ik al weet en wat er aan nieuwe informatie bijkomt. Dat hussel ik door elkaar (nou ja, dat doet mijn brein) en dan wordt het kennis.  
Omdat ik al een dagje ouder ben, en toch in de loop der jaren veel heb opgepikt over van alles en nog wat beschik ik over flink wat tacit knowledge. Dat is alles waarvan ik niet weet dat ik het weet.
Maargoed, even terug naar dit leerblog. Omdat mijn brein momenteel als een spons werkt (in de zin van flinke absorptie, niet vanwege sponsstructuur, want dan moet ik me heel erg zorgen gaan maken) en ik vervuld raak van alles wat ik lees, is het gevaar aanwezig dat ik hier vooral eigen recent verworven kennis tentoonspreid. Voor mezelf wel leerzaam, want ik moet dan, om het enigszins leesbaar te houden voor buitenstanders, elaboreren, ofwel uitleggen wat ik geleerd heb. Ook wellicht boeiend, maar dat is niet het uitgangspunt.

Dus bij de les blijven!

Wat heb ik vandaag bijvoorbeeld geleerd? Een simpele vraag maar het antwoord is niet zo makkelijk te geven.
Die vraag zou eigenlijk vooraf moeten gaan door deze:
wanneer ben ik mij bewust dat ik iets leer? Hoe komt dat dan en wat triggert dat? Dat wordt de rode draad de komende tijd. Die rode draad ziet er nu trouwens nog uit als een chaotische kluwen, waar wel ergens een eindje uitpiept.
Ik kan een onderscheid maken tussen het leren van alledaagse dingen, huis-tuin-en-keukendingetjes en het non formeel leren op de werkplek (professionaliseren), waar het in het onderzoek eigenlijk om draait.  Ik sta in dit blog open voor beide.

Laat ik dan maar even met de eerste vorm beginnen: ik heb laatst geleerd een heerlijk simpel toetje te maken! Als ik citroensorbetijs combineer met verse rode peper, fijngesneden korianderblad en een scheut Malibu (kokoslikeur), leidt dat tot iets erg lekkers.
Het was een experiment waaraan een proces van visualiseren vooraf ging. Ik heb heel wat kookervaring (tacit knowledge) en vind het ook leuk om ‘gewoon maar iets te proberen’ en daarom kon ik me al helemaal olfactorisch voorstellen hoe deze ingrediënten zouden leiden tot een soort culinair orgasme. Wat dus ook gebeurde; kreunend van genot werd het glaasje leeggelepeld. Marga, José, Nadjezda en Lilian kunnen dit beamen!