woensdag 22 oktober 2014

Pop-up model


Serendipiteit. Wat een prachtig woord! Het betekent toeval in de zin dat in tijd en plaats dingen op je pad komen die plotseling betekenis krijgen in iets waar je onbewust al een hele tijd mee bezig was. Hoe dat mij overkwam wil ik hier uit de doeken doen.
Zo’n beetje in de derde week van dit studiejaar kwam ik bij toeval het Job Demand Control model tegen van ene Robert Karasek dat wordt gebruikt in de hoek van arbeidspsychologie. Het heeft de vorm van een assenstelsel met waarbinnen vier kwadranten.
Zoals modellen eigen is, geven ze een zeer vereenvoudigde kijk op de werkelijkheid. Met dit model wordt op een uitermate simpele wijze aangeduid dat er een verband bestaat tussen de eisen die je werktaak aan je stelt en de mate waarin je daarover zelf controle hebt. Als je veeleisend werk hebt dat inspannend maar uitdagend is en waarover je zelf een behoorlijke mate van controle hebt, dan geeft dat je genoeg energie en motivatie om te leren. Als je veeleisend werk hebt, maar geen zeggenschap over hoe je dat mag en kan uitvoeren, dan is de kans op stress groot.
Enfin: in mijn onderzoek naar informeel leren van docenten dacht ik: WOW! Dat is een handig model om te gebruiken in mijn theoretische verkenning! Ik meende iets totaal unieks in handen te hebben in de context van (informeel) leren. De ‘ontdekking’ ervan voelde een beetje als van iemand die bij het graven van een kuil op een klomp goud stuit. Ik werd er gewoon verwachtingsvol zenuwachtig van.
Een week later stuitte ik op een artikel over het bevorderen van leren op de werkplek. Het droeg deze bovenkop: Job Demands Resources model voorspelt informeel leren door leraren. Nu was er geen houden meer aan: plotseling popte dat model overal op! In een promotieonderzoek getiteld Werkend leren, lerend werken en ga zo maar door. Het toeval wilde dat ik over dit model heen struikelde en het vervolgens overal tegenkwam. Selectieve waarneming helpt een handje natuurlijk.
Een beetje beteuterd was ik wel, dat moet ik toegeven. Alsof ik plotseling mijn nieuwe speeltje met iedereen moest delen. Aan de andere kant; ik zal toch heus niet de enige slimmerik zijn die de potentie van dit model in een andere context ziet? Bovendien bevestigde het mij ook in het idee dat mijn intuïtie klopte over het gebruik van het model door Drs, Dr en Prof. Dr. Dat gaf me weer een fijn gevoel.
Wat leerde mij dit? Wel, dat een door mij gedane ‘ontdekking’ mij erg blij maakt en energie geeft maar ook dat ik steeds bewust ben van wat ik allemaal nog niet weet. Dat maakt me nederig zonder dat mijn ego daar (erg) onder lijdt.
En hoe leerde ik dat? Vooral door het schrijven van dit stukje. In vaktermen heet dat reflectie.  


zondag 19 oktober 2014

Disruptie


Nog steeds zwemmend door de literatuur is mijn brein bezig alles met alles te verbinden. Zo zit ik in elkaar en zo geef ik betekenis aan wat ik lees en wordt het van mij, eigen ik het me toe. Meestal is dat een onbewust proces, maar nu, tijdens de studie en al helemaal met de opdracht om ook mijn eigen leren te beschouwen, komt dat steeds meer in mijn bewustzijn en maakt het uiteindelijk deel uit van wie ik ben.
Dat leren op het identiteitsniveau heet transformatief leren. Hoe leer je dan transformatief? Mijn boerefluitjes theorie (een soort innerlijk weten) is dat disruptie een van de belangrijkste triggers is. Actie=(re)actie. Er gebeurt iets en je moet handelend optreden. Daarbij maak je gebruik van stilzwijgende kennis, koppel je onbewust alles wat je ziet, hoort, voelt en ervaart aan wat je weet en kan en hop! Actie! Later kijk je erop terug en denkt: dat ging goed, maar hoe deed ik dat nu?
Een voorbeeld: in mijn voortkabbelend bestaan als docent visuele communicatie (ik hou het hier even bij mijn professionele leven) had disruptie de vorm van een zeurend gevoel van ontevredenheid over hoe een collegereeks verliep. 
Ik voerde een collegereeks uit die feitelijk door anderen ontworpen was en de opzet van de colleges spoorde nauwelijks actief leren aan. Toen ik aan twee parallel groepen dezelfde collegereeks zou gaan geven vorig jaar, heb ik het roer omgegooid en de inhoud didaktisch anders benaderd, met als gevolg dat de studenten wel actief met de lesstof om moesten gaan.
Een verandering in een bestaande routine die energie slurpte, maar ook energie gaf. In dit geval een door mij zelf veroorzaakte disruptie, een zachte disruptie eigenlijk, niet radicaal.
Wat ik daarvan leerde? Een bevestiging eigenlijk van het idee dat als je verandering uit de weg gaat, je wel een soort schijnveiligheid hebt, maar dat er nooit iets echt spannends gebeurt. En dat hoeft niet altijd iets positiefs te zijn. Mislukking kan ook leerzaam zijn, al realiseer je je dat vaak niet als je middenin het proces zit.
Ik gaf het voorbeeld van een zachte disruptie. Dat is welbeschouwd een contradictie. Een disruptie is radicaal; iets dat je leven door elkaar schudt, iets ‘spannends’ waar je doorgaans zelf niet om gevraagd hebt en morgen schoolbreed wordt ingevoerd. Wat doe je? Hoe reageer je? Hoe pas je je aan aan de nieuwe situatie? Je moet iets!
Ali Da zei: relax, nothing is under control. Mijn absolute favoriet. 

woensdag 1 oktober 2014

Auw!


Dit leerblog begint onder mijn huid te komen. Dat is enerzijds mooi, want dat geeft continuïteit, maar anderzijds bestaat de kans dat het mijn aandacht afleidt van mijn these. 
Over aandacht gesproken….tijdens mijn wekelijkse zwemuurtje, een vrij monotoon baantjes trekken in het De Mirandabad, mijmerde ik over mijn eigen ‘leeronderzoek’ en dat wil ik hier uit de doeken doen.
Al zwemmend bedacht ik dat de door mij als alledaags- of  huis-tuin-en keukenleren genoemde vorm van leren eigenlijk informeel leren is. Je bent er niet op uit om te leren. Het gebeurt gewoon en het is ook incidenteel, meestal ben je er helemaal niet van bewust.
De andere vorm is non formeel leren en dat is leren dat wordt aangewakkerd door een formele structuur. Daar ben ik door onderzoek (jawel, N=1) achter gekomen.
Want hoe komt het dat ik tijdens mijn vakantie het boek ‘Liefde voor leren’ wel steeds in mijn handen heb gehad maar niet heb gelezen? Vorig jaar had ik zelfs twee boeken (buiten de vermaakliteratuur) mee die ongelezen weer op mijn bureau belandden.
Ik verklaar het als volgt: door de afwezigheid van externe druk. Geen prikkel!
Het was vakantie, het studiejaar voorbij, (de studie als formele structuur) ik had alle punten binnen en het was gewoon even klaar. Stopte ik dan met leren? Nee hoor, ik leerde onder andere hoe ik in mijn eentje een grote koepeltent slim kon opzetten.
Gisteren las ik het rapport Het managen van informeel leren; hoe ver kun je gaan? van de Open Universiteit. Uit onderzoek blijkt dat informeel leren vooral plaatsvindt in als gevolg van of in combinatie met formele leertrajecten, dus een studie of een cursus. 
De prikkel dus! 
Bevindingen uit mijn eigen onderzoek worden dus door ander onderzoek bevestigd. Mooier kan het niet!
Inmiddels had ik er al heel wat baantjes opzitten maar ik mijmerde in rugslag nog even verder over mijn noodzaak om tot leren te komen. Dat komt voort uit een aantal behoeften: ik wil weten hoe iets werkt of in elkaar zit of ik wil iets kunnen. Het mijmeren maakte dat ik geen aandacht had voor de lengte van het bad en dus knalde ik met mijn hoofd tegen de badrand. Auw!
Wat heb ik geleerd? Denken over leren in het zwembad: hoe ver kan je gaan? Nou, 25 meter!